De afgelopen tien jaar is er van alles veranderd op de Leidse studentenhuizenvastgoedmark. Het is altijd in beweging, maar echt positief werkt het meestal niet uit voor studentenhuisvesting. Laatstelijk is de Box3 inkomstenbelasting zo gewijzigd dat verhuurders in heel veel gevallen geen positief resultaat kunnen behalen met de verhuur. En dat is toch het eerste vereiste van een bedrijf of een belegging: dat je iets overhoudt om van te leven of verder te investeren. Anders ga je wat anders doen. Vele particuliere beleggers nemen afscheid van hun verhuurde panden door ze te laten leeglopen en te verkopen aan een gezin. Die gezinnen zijn blij, maar er staan wel weer een aantal studenten op straat.
Ferax Vastgoed belegt als bedrijf en kan verhuur daarom wel positief laten draaien. De vraag naar woonruimte voor studenten is er structureel groter dan het aanbod. Dat maakt het een interessante markt om in te beleggen, maar ook een complexe.
Mijn eerste pand in Leiden kocht ik in de periode dat de gemeente nog relatief soepel omging met vergunningen voor kamerverhuur. Die periode is voorbij. De regels zijn strenger geworden, de bezwaarprocedures langer en de bewonersparticipatie serieuzer genomen. Dat is op zichzelf begrijpelijk — een stad is meer dan een beleggingsobject — maar het betekent wel dat je als investeerder rekening moet houden met langere doorlooptijden.
Wat ik in Leiden heb geleerd, is dat de locatie binnen de stad grote verschillen maakt. Een studentenhuis op loopafstand van de Rechtenfaculteit wordt anders beoordeeld dan eentje aan de rand van de stad, ook al zijn de huurprijzen vergelijkbaar. Studenten willen centraal wonen, dicht bij de universiteit, de fietsroutes en het sociale leven. Die voorkeur vertaalt zich direct in de bezettingsgraad. Studenten willen ook samen in een huis wonen, niet in een flat met studio’s waar vereenzaming snel dreigt.
De markt voor studentenhuisvesting in Leiden is veranderd. Tien jaar geleden was het segment relatief overzichtelijk: een paar grote particuliere verhuurders, de DUWO en wat kleinere beleggers. Nu zijn er gespecialiseerde vastgoedfondsen, institutionele partijen en professionele beheerders actief. De nieuwe aanbieders bouwen grote complexen met studio’s aan de rand van de steden. Volgens ons is dat niet wat studenten willen, maar omdat er zo’n groot tekort aan kamers is komen die studio’s ook wel vol.
Met Ferax Vastgoed zijn we door die marktverandering heen gegroeid. We zijn strenger geworden in onze aankoopanalyse, realistischer over onderhoudskosten en beter geworden in het begrijpen van wat een gemeente wil zien in een vergunningsaanvraag.
Leiden blijft voor ons de kernmarkt. De Universiteit Leiden, het LUMC en de Hogeschool Leiden zorgen voor een stabiele, structurele vraag naar woonruimte. Zolang die vraag er is, en ik zie geen reden waarom die zou verdwijnen, blijft investeren in studentenhuisvesting in deze stad aantrekkelijk. Al vraagt het meer geduld, meer kennis en meer doorzettingsvermogen dan tien jaar geleden.
Niet zoeken, maar vinden. Dat is Ferax.