De eerste belegging in vastgoed was in 1993. Vijf kamers in een studentenhuis boven een kantoor. Al doende leert men is het Nederlands gezegde en dat bleek ook wel. Vervelende huurders, lekkages, niet op komen dagende tegelzetters en een matig rendement in het eerste jaar. Maar beter vroeg meemaken en oplossen en er voortaan op voorbereid zijn.
Vastgoed is niet makkelijk is maar wel voorspelbaar als je de juiste principes toepast. Dat zijn er door de beugel genomen vijf.
Ten eerste: locatie bepaalt alles op de lange termijn. Een pand op een matige locatie presteert altijd slechter dan een goed pand op een goede locatie, hoe laag de aankoopprijs ook is. In studentenhuisvesting betekent dat: kies steden met een universiteit en een structureel kamertekort, maar dat laatste is er nu overal.
Ten tweede: kasstroom gaat boven waardestijging. Ik koop geen panden die alleen interessant zijn als de prijs stijgt. Het pand moet meteen rendement opleveren. Waardestijging is een bonus, geen businesscase.
Ten derde: beheer is een vak apart. Ik heb geprobeerd alles zelf te doen. Dat werkt tot je drie, vier panden hebt. Daarna moet je professionaliseren. Slecht beheer kost meer dan goed beheer.
Ten vierde: financiering bepaalt het risicoprofiel. Hoge schuld geeft meer rendement op eigen vermogen, maar ook meer risico. Wij werken bij Ferax met een mix van eigen vermogen, bancaire leningen en obligatiekapitaal. Dat geeft flexibiliteit.
Ten vijfde: geduld is de meest onderschatte eigenschap. Vastgoed is geen snelle markt. Goede panden kopen kost tijd. Huurders vinden, verbouwen, vergunningen regelen: alles duurt langer dan gepland. Wie dat accepteert, belegt beter.
Na tien jaar is de portefeuille gegroeid naar meer dan 100 panden met bijna 400 huurders. Niet door geluk, maar door consistent dezelfde principes toe te passen.




